Hongarije (portfolio pajogus)

Hongarije hebben we bezocht met de auto, onze nadruk lag vooral op de stad Budapest, de Poesta, het kuuroord Heviz en het Balatonmeer. Budapest is de hoofdstad van Hongarije. De stad is gelegen aan weerszijden van de Donau en telt ca. 1,7 miljoen inwoners en is daarmee de grootste stad van Hongarije.  De stad werd in 1873 gevormd door het samenvoegen van Boeda en Óbuda op de westelijke oever van de Donau met Pest op de oostelijke oever. Vóór 1873 noemde men de steden gezamenlijk Pest-Boeda.

Het Balatonmeer (Hongaars: Balaton; Duits: Plattensee) is een meer in Hongarije. Met een oppervlakte van 592 km² is het het grootste meer van Midden-Europa. De Hongaren hebben het dan ook over het Balaton of liefkozend A Balcsi. Het meer ligt in het westen van Hongarije en heeft een langgerekte vorm: de lengte is 79 km, de grootste breedte 15 km. De maximale diepte is 12 meter, de gemiddelde diepte bedraagt echter slechts drie meter, waardoor het water ’s zomers relatief warm wordt. Het meer is mede daardoor een van de belangrijkste toeristische trekpleisters van dat land. Het Balatonmeer heeft in het door land omsloten Hongarije de bijnaam “de Hongaarse Zee”. In het midden wordt het meer vrijwel in tweeën gedeeld door het schiereiland Tihany: de doorgang is aan de zuidkant 1,5 km breed. De voornaamste waterleverancier is de rivier de Zala.

Het meer van Hévíz is 40.000 m2  en wordt op 38 meter onder het wateroppervlak gevoed door een geothermische bron. Uit koolstofdateringen blijkt dat het water zo’n 10.000 tot 12.000 jaar geleden in de rond Hévíz liggende heuvelruggen is geïnfiltreerd, waarna het ondergronds naar de bron is gestroomd. De watertemperaturen in het thermale meer variëren van circa 28°C-38°C in de zomer, tot ongeveer 24°C-25°C in de winter. Op deze manier kan er het hele jaar door buiten in het meer gebaad worden. Een deel van het meer is echter overdekt want in 1795 is er een houten badhuis over een deel van het meer gebouwd.

De poesta is het graslandschap van de Grote Hongaarse Laagvlakte, een steppelandschap met een hoog grondwaterpeil. Het corresponderende Hongaarse woord puszta betekent letterlijk leegte en is van Slavische oorsprong.

Bron: Wikipedia