Havermoutpap en twee euro extra

Geplaatst door Jos op 4 december 2015

“De voorbije week na mijn vorig bericht ‘Kind samen met het badwater weggegooid’, ben ik nog zeer koortsachtig aan het blog met bijhorende website bezig geweest. Verscheidene dagen tot ’s nachts, waarbij mijn slaap er niet op verbeterde, in bed bleef ik nog oplossingen bedenken. Dit was op zich niet goed voor mijn algemene welzijn, maar me er mee amuseren was dan wel therapeutisch”

Vrijdag namiddag en weinig of niets aanschuiven aan de ingang. ‘Mag ik uw ticketje eens hebben’ vroeg de containerpark medewerker bij het inkijken van de koffer ,”moet ik bijbetalen’, vroeg ik, ‘ja, twee euro extra voor het grofvuil’ zei hij. We hadden vier oude witte plastieken tuinstoelen, een koffiezet apparaat en nog wat kleine spullen bij. Vier euro later verlieten we de gemeentelijke afvalzone met het idee thuis de dakgoten nog uit te kuisen. Tijdens het kuisen van onze dakgoten voelde ik me soms af en toe slecht, plotse draaierigheid bij het naar boven kijken, gaat bij mij bijna altijd gepaard met moe zijn. Mijn defect evenwichtsorgaan is hier samen met mijn slechte nek schuldig aan. Wanneer ik vermoeid ben hebben mijn hersenen meer moeite om dit op te vangen met alle gevolgen van dien.

Of ik vandaag peper heb gegeten? niet echt, maar dit waren toch nog een paar aanslepende kleine klusjes die moesten gebeuren. ‘De winterbanden leggen we er wel op net voor de chemotherapie begint, want echt winter is het toch nog niet hé’ zei ik tegen Patricia, ze beaamde dit.

‘Schat, rij eens een beetje trager, ik kan niet goed volgen’ riep ik naar Patricia. Zelfs met de ondersteuning op standaard had ik nog moeite. De eerste vier kilometers gingen nog vlot, toen reed ik op kop, maar de overige acht gingen me stelselmatig slechter af. Al bij al, vinnig als we zijn, hebben we de snelheidsmeter nadien nooit beneden de twintig kilometer per uur laten zakken.

Na onze korte Hamse rit van een twaalf kilometer parkeerden we onze twee elektrische fietsen in de garage waarna we ons trakteerden op een kom verse havermoutpap. ‘Wie snel en ver fietst moet veel pap eten!’ zei wijlen Patricia’s vader. Mijn conditie is niet meer zoals het was, de opgelopen bestralingsschade is verre van genezen, getuige de zadelpijn die zich direct na het vertrek al manifesteerde evenals de snel opkomende vermoeidheid. Feit is dat we zo toch een veertigtal minuten zuurstofrijke beweging hebben gehad, want wat beweging heeft ondertekende wel nodig.

‘Wat denk je, gaan we nog eens uit eten’ vroeg ik aan Shoe, ‘dat is goed Louke, maar naar waar’ vroeg ze me, waarbij ik aanhaalde om nog eens naar het Donkmeer te rijden. De Poseidon, een taverne aan het meer waar we regelmatig komen, maar binnenkort moeten we zeggen kwamen, want negentien december stoppen ze ermee en dienen we een andere taverne te zoeken.

Nu moet je weten dat we met een zekere regelmaat naar Hulst reden en we dan steeds bij Mieke in ‘Le Retour’ gingen eten (zie foto). Ook hier een zelfde verhaal, Mieke is er ook net mee gestopt! Aan alles komt echter een eind zullen we maar denken. We wensen beide stoppers uiteraard alle succes.

Neemt niet weg dat met het beëindigen van beide zaken wij serieus in de nesten zitten, waar moeten we nu uit eten gaan? Afijn, we mijmeren wel eens over hoe het was, maar weten – nog – niet wat de toekomst brengt en dat is maar goed ook, het zou niet leefbaar zijn. We kiezen de dagschotel, een lekkere soep, kroketjes met een Cordon bleu en de nodige groentjes, nadien nog een koffietje vergezeld van een streekgebonden stukje vla.

Wandelen we nog even naar de Eendenkooi’ vraagt Shoe me, ‘is goed, want de ganse toer is me teveel’ zeg ik haar, betalen, onze jassen aan en Shoe en Lou op weg naar de eendenkooi.

‘Ik dacht toch dat het niet zo ver was’ zei ik tegen Patricia terwijl we er stevig de pas inzetten. Na een zeshonderd meter kreeg ik een zeurende pijn in mijn linker knie, nog een paar honderd meters later volgde mijn linker heup, waarbij ik de pijn in mijn rechter voet bijna vergat te melden, prettig wandelen zo, ‘net een oud paard’ zei Shoe!, ‘bedankt!’ zei Lou. ‘Schat, ik denk dat ik alweer naar het toilet moet’, ‘nu weeral, dat brengt je toilet teller vandaag al op viermaal, je bent daarnet nog in de Poseidon geweest’ zei ze. ‘Ik hoop dat er ergens een toiletgebouw is’, antwoordde ik.

En jawel, er was er één, Patricia zei ‘wil ik eens gaan kijken of het open is’, ‘zal wel gelijk mee naar daar wandelen’ zei ik’ De toiletten waren toegankelijk, alles was er voorhanden behalve licht maar wat een verlichting nadien.

Daar de meeste dieren reeds naar hun winterverblijf waren overgebracht wandelden we verder en besloten de drie en een halve kilometer rond het meer maar verder af te wandelen! Wandelend richting auto voelde ik opnieuw aandrang, maar besloot dit uit te stellen tot thuis. Die dag heb ik negen keer een grote boodschap gepleegd, ‘niet verder zeggen hé!’

Verder lezen: routineus